Hoe schadelijke chemie normaal kon worden
Wat mij misschien nog het meest raakt, is niet eens dat PFAS bestaat.
Wat mij raakt, is hoe normaal we het zijn gaan vinden dat onze omgeving tegen ons werkt.
Alles word veilig genoemd. Getest en goedgekeurd. En alles zit netjes binnen de norm.
En dat terwijl we ondertussen al die chemicaliën dragen in ons systeem. Chemicaliën die er niet thuis horen. Die we liever helemaal nergens zouden willen hebben.
Maar, omdat het overal is, voelt ook dit weer gewoon logisch. Weer iets dat normaal is.
Het ironische hieraan is: hoe moderner iets klinkt; vlekvrij, waterafstotend, easy-clean… hoe groter de kans dat er chemie achter zit waar je lichaam nooit om heeft gevraagd.
Met andere woorden: wat klinkt als een verbetering, is eigenlijk verslechtering.
En dat is niet toevallig zo gekomen.
De grootschalige ontwikkeling begon in de jaren ’40 bij DuPont.
Dit werd niet ontwikkeld voor alledaagse dingen. Dit werd ontwikkeld voor tanks, vliegtuigen en brandwerende materialen.
Oorlogschemie die extreme omstandigheden moest overleven.
Dat ze uiteindelijk ook vet- en water afstotend bleken te zijn, was een enorm handige bijwerking. En zo schoof het van militair naar huishouden.
Wat begon als defensietechnologie werd “handig in huis”
Van slagveld naar dinerbord. En dat noemen we dan vooruitgang.
PFAS zijn geen los probleem. Ze zijn een symbool.
Van comfort boven biologie. Van snelle oplossingen met lange bijwerkingen.
Gemak word geoptimaliseerd en het lichaam wordt genegeerd.
Tot de bijkomende klachten normaal worden.
En dan… gaan we zoeken naar oorzaken omdat we langzaam ziek worden, en we vage klachten krijgen. Maar zodra een oorzaak te dicht bij komt, doen we er niks aan. Nee we doen aan symtoom bestrijding.
Misschien is gezondheid niet eens zo ingewikkeld.
Misschien is het gewoon wat er gebeurt als een biologisch systeem jarenlang moet functioneren in een kunstmatige wereld.
En PFAS… die laten dat pijnlijk helder zien.
