Ik geloof dat het heel normaal is om veel van elkaar te weten wanneer je een hechte band met iemand hebt. Misschien zelfs bijna alles.
Met wie je bent. Waar je naartoe gaat. Wat je hebt gedaan. Wie je hebt gesproken. Wat er in je leven gebeurt.
Voor mij zit vrijheid niet in geheimzinnig doen.
Ik kan ontzettend open zijn, maar de afgelopen tijd ben ik gaan begrijpen at er een groot verschil bestaat tussen iemand die iets van mij wil weten omat hij geïnteresseerd is in mijn leven, en iemand die iets van mij wil weten omdat hij de informatie nodig heeft om zijn eigen hoofd rustig te krijgen.
Van buitenaf kan het precies dezelfde vraag zijn.
Met wie was je?
Maar vanbinnen voelt het totaal anders. Want… wat gebeurt er nadat ik antwoord geef?
En precies dat is voor mij steeds belangrijker geworden.
Als ik vertel dat ik met iemand was, is dat dan gewoon het antwoord? Of begint daarna het onderzoek?
Wie is dat?
Hoe lang ken je diegene?
Waarom heb je daar nooit over verteld?
Wie waren er nog meer?
Waarom zag ik niemand anders op de foto?
Waarom heb je dat niet gezegd?
Allemaal vragen die begonnen te wringen, want… wordt ik wel geloofd?
Het blijft namelijk niet bij één vraag… niet omdat iemand gewoon benieuwd is naar mij. En daardoor kreeg ik steeds vaker het gevoel dat mijn woorden niet als waarheid werden aangenomen. Dat er altijd achter mijn woorden werd gezocht naar een andere werkelijkheid.
Alsof er ergens een detail moest bestaan dat het gemaakte gevoel in het hoofd van de ander iets zou bevestigen. En dan kan je blijven uitleggen, steeds uitgebreider… context geven, situaties verduidelijken, dingen steeds en steeds weer opnieuw vertellen… en maar je best doen om de verkeerde interpretatie recht te zetten.
Uitendelijk realiseerde ik me iets:
Ik was niet meer aan het vertellen. Ik was mezelf aan het verantwoorden.
En dat zijn echt twee totaal verschillende dingen.
Ik ben niet verplicht om alles te melden
Dat was een besef dat eindelijk goed is binnen gekomen. Ik hoef niet iedere nieuwe bezigheid die ik heb onmiddellijk aan iemand te vertellen. Mijn leven is van mij.
Soms begin ik ergens mee en vertel ik het later. Soms vergeet ik het. Soms vertel ik het helemaal niet. En soms vindt ik iets niet belangrijk genoeg om te noemen.
Dat betekent niet dat er iets achter zit. Maar vanuit de ogen van een onzekere wantrouwende, zit al helemaal daar iets achter. Want hé… “Waarom wist ik dit niet?”
Ineens gaat het niet meer over wat je hebt gedaan, maar over waarom je het niet hebt gemeld.
Daar zit voor mij een duidelijke grens. Ik deel vanuit verbinding en zeker niet vanuit verslagplicht.
Alleen deed ik dat wel. Ik paste me langzaam aan. Dat maakt het het meest confronterend.
Controle hoeft niet altijd te betekenen dat iemand letterlijk zegt wat jij wel en niet mag doen. Dat ontstaat vaak veel subtieler. Je weet welke vragen er gaan komen. Dus begin je alvast na te denken over je antwoorden. Je geeft meer details dan je eigenlijk wilde geven. Je legt dingen uit die helemaal geen uitleg nodig zouden moeten hebben. Je probeert mogelijke verkeerde conclusies alvast vóór te zijn.
En dit doe je allemaal niet omdat iemand op dat moment iets verbiedt. Maar omdat je geen zin hebt in wat er anders achteraan komt.
En dan heeft er een gekke switch plaatsgevonden. De ander hoeft je nauwelijks nog te controleren
Je bent begonnen met jezelf te controleren.
Wat vertel ik?
Hoe vertel ik het?
Kan dit verkeerde worden opgevat?
Moet ik erbij zeggen wie er nog meer waren?
Straks denkt hij weer…… En dat zinnetje zegt eigenlijk alles… Straks denkt hij weer…
Vanaf dat moment ben ik niet meer vrij aan het vertellen wat ik heb meegemaakt. Ik ben mijn verhaal aan het aanpassen aan de mogelijke achterdocht van iemand anders.
En nee, niet elke vraag is controle. Daar wil ik heel duidelijk in zijn.
In sommige relaties vertellen mensen elkaar werkelijk alles. Waar ze zijn. Met wie. Hoe laat ze thuiskomen. En daar kan echt iets heel moois in zitten. Het kan intimiteit zijn. Betrokkenheid.
Een vanzelfsprekend jij hoort bij mijn leven, dus natuurlijk vertel ik je dit.
Het ding is niet hoeveel iemand van je weet. Er ontstaat een probleem wanneer die informatie een voorwaarde wordt voor rust.
Wanneer openheid niet langer iets is wat je geeft, maar iets wat van je nodig is.
Daarom denk ik dat de echte test niet is: Hoeveel vraagt iemand mij?
Maar: Wat gebeurt er wanneer ik het antwoord niet geef?
En ook: Wat gebeurt er wanneer mijn antwoord niet overeenkomt met wat iemand zich in zijn hoofd heeft gehaald?
Kan mijn antwoord dan gewoon mijn antwoord zijn? Of moet ik gaan bewijzen dat het klopt?
Wantrouwen heeft een vreemde eigenschap. Het kan bijna alles als bevestiging gebruiken.
Vertel je veel? Dan wordt er tussen de regels gezocht.
Vertel je weinig? Dan verberg je blijkbaar iets.
Word je geïrriteerd omdat je voor de zoveelste keer dezelfde verdenking voelt? Dan wordt je irritatie gezien als bewijs dat er iets speelt.
Leg je jezelf uitgebreid uit? Dan kan zelfs dát verdacht worden.
Daar zit een bijna onmogelijke positie in. Want hoe bewijs je dat iets niét bestaat?
Hoeveel informatie is genoeg om iemand gerust te stellen die zijn eigen gevoel als aanwijzing blijft gebruiken? Waarschijnlijk nooit genoeg… Iedere geruststelling werkt maar totdat het volgende detail verschijnt waarop de volgende twijfel zich kan vastzetten. En dat is iets wat ik nooit meer voor iemand anders wil, kan en hoef op te lossen.
Ik ben niet verantwoordelijk voor andersmans scenario’s
Ik kan eerlijk zijn
Ik kan rekening houden met iemand
Ik kan luisteren wanneer iemand ergens onzeker over is
Ik kan uitleg geven wanneer ik dat zelf wil
Maar ik kan niet mijn hele leven zo transparant maken dat een ander nooit meer iets hoeft te voelen.
Ik kan niet iedere angst vooraf uitsluiten
Ik kan niet ieder scenario ontkrachten voordat het bedacht wordt
En ik wil vooral niet meer terechtkomen op een plek waar ik moet bewijzen dat mijn werkelijkheid klopt.
Als ik zeg dat iets zo is, wil ik dat mijn woorden gewicht hebben. En dat is niet omdat iemand blind alles van mij moet aannemen. Maar omdat verbinding zonder vertrouwen uiteindelijk verandert in onderzoek. En ik wil verdachte zijn in mijn eigen relatie.
Misschien is dat wat ik hiervan moest begrijpen.
Ik dacht lange tijd dat openheid het antwoord was op wantrouwen. Dat als je maar eerlijk genoeg bent, duidelijk genoeg communiceert en genoeg uitlegt, iemand uiteindelijk zal begrijpen dat er niets is om bang voor te zijn.
Nu weet ik beter.
Openheid kan vertrouwen verdiepen. Maar openheid kan geen vertrouwen creëren in iemand die voortdurend bewijs nodig heeft om eht te kunnen voelen.
Op een gegeven moment moet iemand zelf kunnen verdragen dat hij niet alles weet…
Dat hij niet iedere situatie kan controleren…
Dat een ander mens een leven, gedachten, contacten en ervaringen heeft waar hij niet voortdurend zicht op heeft.
Dat heet geen geheimhouding.
Dat heet autonomie.
Ik vertel… omdat ik wil delen, niet omdat jij anders dingen denkt en in dat hoofd van je situaties creeërt.
Echte intresse voelt als ruimte om mezelf te laten zien.
Controle voelt alsof ik mezelf steeds opnieuw moet verklaren.
En inmiddels weet ik welke van de twee ik niet meer verwar met liefde
